Half twee 's nachts; ik denk alleen maar aan de was
- 11 aug
- 2 minuten om te lezen
‘De stroom is uitgevallen.’ In het pikdonker schrik ik van Steves stem. Op de tast zoek ik mijn telefoon. Het is iets na half twee, midden in de nacht. Een serie korte flitsen verlicht de kamer. Mijn brein probeert de situatie te begrijpen. Het klinkt alsof we in de buik van een enorm beest zitten. Als ik eenmaal goed wakker ben, realiseer ik me dat de was nog buiten hangt en hoop ik dat het dak niet lekt. Alsof Steve mijn gedachten kan lezen,
vertelt hij dat hij net een rondje heeft gelopen en dat alles er goed uitziet, zover hij dat met de zaklamp kan beoordelen. Hunter loopt onrustig jankend heen en weer. Ik roep hem bij me en kriebel hem achter zijn oor. ‘Het is goed jongen, het is maar onweer.’ De buitenlamp flikkert, de ventilator gaat weer aan. Hé! De stroom doet het weer. En direct valt het weer uit. Steve is aan het browsen op zijn telefoon. Het onweer zit hier precies boven. Onwillekeurig moet ik grinniken. Voor die informatie had ik geen telefoon nodig. Het lijkt wel een horrorfilm. Flikkerende lampen, stromende regen, rommelende donder en lichtflitsen tegelijkertijd. De was, denk ik weer. Die is aan zichzelf overgeleverd; voor wat rompers, ondergoed en t-shirts ga ik deze storm niet trotseren. Steve blijft scrollen op zijn telefoon. Ik besluit verder te slapen. Er is niets wat nu moet gebeuren en ik kan niets doen tot de storm is gaan liggen.
De volgende ochtend vind ik het wat druk op mijn bed. Als ik mijn ogen open doe, zie ik het hele gezin, inclusief hond. Iedereen is ook meteen actief en ze praten door elkaar. Steve reikt me koffie aan, die direct half over mij en het bed heen klotst als de jongste zich aan m’n arm optrekt. Met mijn ogen dicht tel ik tot vijftien en zucht diep. De dag is begonnen.
Na wat gekeuvel kan ik het niet meer onderdrukken: hoe is het met de was?
Als ik buiten stap, zie ik de ravage. Het wasrek ligt met witte was midden in de modder. Het mooie nieuwe T-shirt van mijn man ligt een eindje bij de rest vandaan, alsof hij zich schaamt voor de bruine vlekken. Een romper hangt dramatisch gedrapeerd over de rand van het terras, zoals zijn eigenaar er ook wel eens bij ligt in de supermarkt. Van één sok mist ieder spoor. De wasmand met schone, droge was is in een zwembad veranderd en overal liggen afgewaaide takken. Maar het ruikt heerlijk! Na weken zinderende hitte en weinig neerslag was deze storm hard nodig voor de natuur. De blaadjes aan de bomen ogen frisser groen en hangen niet meer zo verlept aan de takken. Het terras verspreidt een zoete houtgeur en verschillende planten laten voorzichtig een bloemetje zien. Ik stop de was weer in de machine en ontdek een klein lek in mijn atelier bij het raam. Dat moet ik straks even kitten en ik maak een lange wandeling met Hunter. In het dorp zijn her en der wat bomen omgewaaid en buren ruimen deze quasi mopperend gezamenlijk op. Bonjour! Heftige storm, hè, maar wel lekker voor de natuur! Bonne journée, à bientôt! Er kan niets op tegen een ochtend na een onweersbui in Zuid-Frankrijk.




Opmerkingen